Fietsrondje Dordt

with Geen reacties

Fietsrondje Dordt en omstreken

Hoe dichter bij Dordt, hoe rotter het wordt. Aldus mijn (Rotterdamse) ouders. We kwamen er dus nooit. Ten onrechte, blijkt als vrienden die al dertig jaar in Dordrecht wonen me overhalen éindelijk, eindelijk met hen te gaan fietsen.

 

Dordrecht-03Ongelooflijk hoeveel vogels hier zijn. Kijk omhoog en je ziet een vlucht zwanen. Kijk opzij en je ziet ganzen grazen en even verderop een bordje: Natuurvogelopvang en museum Twintighoeven. En we beginnen nog maar net, zeggen mijn Dordtse vrienden Lettie en Arend. “Hierachter ligt de Tongplaat. Daar komt de zeearend! De vogel die ook wel bekendstaat als de vliegende deur. Vanwege zijn spanwijdte”, zegt Arend. Zo’n gigant van een dier hier? Ik kan het bijna niet geloven. Maar op het dijkje staat een bankje en daar zitten vogelaars. Een ervan is Joop. Hij draagt een jasje met een vogelverenpatroon en zegt: “Ik ben een maniak!” Hij bedoelt een vogelmaniak. “Ik heb ‘m net nog gezien!”, roept hij enthousiast. “De vliegende deur!! Net een paar minuten geleden.” Ja hoor, Joop. Wij komen net de dijk op en even daarvoor is de zeearend gespot. “Nee, echt!”, zegt Joop. “Er kwam een stel overgevlogen. Er zit nu één paartje, maar een tijdje geleden zelfs twee. Als je er een beetje tijd insteekt, zie je ze.”
We gaan even naast hem zitten en loeren mee. Er gebeurt niets. We gaan maar weer, lopen terug naar de fietsen en kijken nog een keer om. Op de dijk zie ik een wild zwaaiende Joop. Hij rent me achterna. “Dame! Dame!” Ik loop naar hem toe. “Er vloog een vliegende deur over uw hoofd”, roept Joop enthousiast. Net, terwijl u wegliep!” “Als ik een klomp had, brak hij nu”, zeg ik. “Maar toch: mooi! Zo dicht bij een zeearend ben ik nog nooit geweest.”

 

Zoetwatergetij

We fietsen op het Eiland van Dordt. Het gebied rond de oudste stad van Nederland, met een van de oudste Nationale Parken aan de andere kant van de rivier, de Biesbosch. Het eiland is al mooi. Er zijn polders, mooie dijkjes, oude bomen, en die vogels. Maar nu gaan we overvaren. Met het pontje vanaf de Kop van het Land naar de Biesbosch. De Kop van het Land is ook de naam van een restaurant in een dijkhuis. Het is het beroemdste vegetarische restaurant van Nederland. Ze zijn zo goed dat je niet merkt dat je geen vlees eet. Ik denk aan de met geitenkaas gevulde courgettebloemen die ik er ooit at. Gelukkig is het nog te vroeg – anders zagen we die Biesbosch waarschijnlijk niet meer.

Dordrecht-06

Op de pont merkten we het nog niet, maar er straat een straffe wind. Aan de overkant is het fietsen voor bikkels! Er zijn veel open stukken, het is land dat nu overstromen mag. De Noordwaard is ontpolderd. Alle boeren zijn uitgekocht. Ze hebben nieuwe grond gekregen op een terp, zodat ze in de polder kunnen blijven wonen (droog). Ook nieuw: het Biesboschmuseum ligt nu op een eiland. Erg mooi gedaan. Het dak is van gras, een deel ligt ondergronds. De Biesbosch, leer je er, is een zoetwatergetijdengebied. En dat is uniek. Nergens in de wereld heb je verder ‘op en neer gaand’ zoet water!

Weer buiten komen we twee Engelse jongens tegen met een filmuitrusting. Ze zijn bezig voor een film die in het najaar in de bioscoop moet draaien. “Holland Natuur in de Delta. Een vervolg op De nieuwe wildernis. We hebben net lepelaars gefilmd.” Lepelaars! Die coole vogels met die ouwemannenkoppen! Het is dat we nog een rondje stad willen doen, anders gingen we acuut op zoek.

 

Wijn en hout

Terug naar de stad. Grachten en grachtenpanden, fraaie gevels, zoals die van De gulden os, nu de bibliotheek, het Huis van Gijn (nu museum), of het stadhuis, in 1383 gebouwd door Vlaamse kooplieden. “En wist je dat wij getij hebben in de grachten”, zegt Lettie. “Dat heeft Amsterdam dan weer niet.” Arend: “Dordt is een mini-Amsterdam, maar dan zonder de hordes toeristen. De stad heeft een vergelijkbare geschiedenis. Ook Dordt is rijk geworden in de Gouden Eeuw. We verdienden ons geld met de stapelhandel. Wijn en hout bijvoorbeeld. Grote hoeveelheden kwamen naar de stad en werden er opgeslagen – je ziet het nog aan de namen van de pakhuizen, zoals In Vino Veritas. Op Dordt raak ik niet uitgekeken. Ik woon er nu dertig jaar en ik blijf me verbazen. Dordt heeft zó veel lagen.”

 

Dordrecht-01Typisch Dordt is het water. Op het Groothoofd drink je koffie terwijl drie rivieren langs je heen stromen. De Merwede, de Oude Maas en de Noord. Hollandser kan bijna niet. Lucht, water, en wolken! En op het water gewonnen land. Er is zoveel water dat het licht erdoor verandert. Dat je hier met droge voeten kunt zitten, is toch echt wel iets bijzonders. Ook typisch zijn de alomtegenwoordige linken met de geschiedenis. Overal zijn monumenten waarvoor je eigenlijk moet afstappen. We fietsen langs een wonderschoon hofje. Het Arend Maartenshof. “Hier móet je echt even kijken”, zegt Arend. “Die naamgenoot van mij bouwde een regentenkamer voor de beheerder van het hof, die nog niet zo lang geleden is gerestaureerd.” De kamer is een schilderijententoonstelling in het klein. De muren zijn behangen met portretten, geschilderd door de Dordtse schilder Arnold Houbraken (1660-1719). Ook het plafond is beschilderd. We ontwaren Vader Tijd met een zandloper, die de oorlogsgod Mars op afstand houdt. Een verwijzing naar het feit dat het hofje tijdens de Tachtigjarige Oorlog is gesticht, en dat er ook oorlogsweduwen mochten wonen.

 

Dordrecht-10We eindigen de dag in Villa Augustus. Een van de vele oude gebouwen in de stad die een nieuwe bestemming kregen. Hier een metamorfose van watertoren naar hotel en van pompgebouw naar restaurant. “Eigenlijk zijn we nog niet klaar, zegt Lettie, terwijl we een drankje geserveerd krijgen. “Hele stukken van de omgeving van Dordt heb je nog niet gezien. Het pontje naar Puttershoek, de Kinderdijk, Sliedrecht en Hardingxveld. Of de F16, zoals de fietssnelweg naar Rotterdam wordt genoemd. En bedenk dat de Biesbosch alleen maar mooier wordt als de herinrichting klaar is!” De boodschap is duidelijk. Ik moet terugkomen.

Het zal dit keer geen dertig jaar duren.