Land zonder god

with Geen reacties

Een jaar in de Basilicata

Carlo Levi zat er een jaar als banneling en schreef het boek Christus kwam niet verder dan Eboli. Lees het en je wilt naar de Basilicata, in het zuiden van Italië. Kijken of het in de kale bergen nog steeds van god en iedereen verlaten is. En stiekem ook hoe het er staat met de vetes, de rituelen en de hekserij.

“Er is een vrouw die niet op Biancchini wil!”
Nicola kan er niet over uit. Tegen alle dorpelingen van de Rabatana vertelt hij het. De onwillige is Katja, mijn reisgenoot. “Ik ga er echt niet op, hoor”, zei ze toen de 1.50m hoge Nicola haar op zijn ezel wilde helpen. “Veel te zielig voor die ezel.” Ik twijfelde. De ezel keek heel lief, en Nicola ook. Voor ik het wist zat ik op Biancchini.“Nicola is een een beetje gek.” Corrie en Enzo, de Nederlands-Italiaanse buren van de oude ezelbezitter, vertellen wat ze in het dorp gehoord hebben. Nicola die overal rondbazuint dat er een weigerachtige vrouw is. “Hij is een schat, hoor”, zeggen ze. Zevenentachtig jaar maar gek op vrouwen. Het liefste zet hij ze allemaal op zijn ezel.”

basilicata-web-31r

De Rabatana is het oudste deel van Tursi, een dorpje in Zuid-Italië. Vanuit Tursi-Rabatana kijk je tot aan de zee. Het ligt in de Basilicata, de streek in de voetholte van Italië. Een prachtige maar arme streek, waar vetes en rituelen het leven bepalen. En waar meisjes zwarte snorretjes hebben, kwaadwillende vrouwen menstruatiebloed in je drankje doen, en de mannen in Amerika zijn of tekeurgesteld zijn teruggekeerd uit Amerika maar nog wel portretten van Roosevelt aan de muur hebben hangen. Ook de dieren zijn er niet helemaal normaal. ‘Alles is mogelijk in deze streken. Een vrouw, een boerin van middelbare leeftijd die getrouwd is en kinderen heeft en aan wie verder niets bijzonders te zien is, zou de dochter zijn van een koe. Alles heeft voor de boeren een dubbele natuur.’
De beschrijving is van Carlo Levi. De arts/kunstschilder was communist en werd door Mussolini verbannen. Hij moest naar de Basilicata. De eerste paar maanden naar Grassano, ‘een klein denkbeeldig Jeruzalem’, de rest naar het nog kleinere Aliano. Levi wist niet wat hij zag, en schreef over zijn ervaringen een boek, Christus kwam niet verder dan Eboli, in de jaren zeventig meesterlijk verfilmd door Francesco Rosi. De titel slaat wat de mensen over zichzelf zeggen in de streek: Christus heeft de mensen voorbij Eboli vergeten.

 

Intussen is het precies 75 jaar later en fietsen wij, gedreven door boek en film, door de bergen van de banneling. We zijn er dol op. Op die bergen en de cipressen en de parasoldennen, op de cactussen en de agaves, de geur van oregano en dille. En niet in het minst op de mensen. Don Carmine bijvoorbeeld, de pastoor van Grassano, is er een om direct verliefd op te worden. En hij heeft Carlo Levi nog gekend ook. “De heer Levi”, zegt hij, “was een bijzondere man. Hij heeft heel veel betekend voor deze streek. Als student ben ik bij hem op bezoek geweest, samen met een vriend die op Levi’s boeken promoveerde. We werden door hem ontvangen, maar hij was nogal gesloten. Een echte wetenschapper die niet veel zei.” Hij stopt even, kijkt ons aan en zegt dan: “Maar heeft u nog even tijd?”

Natuurlijk!

En houdt u van muziek?

Si si!

Kom dan mee. Don Carmine wuift gedag naar de geestelijk gehandicapte die met zijn vader de kerk in komt en hupt ons voor, het trapje op naar het orgel. Een kleurig barokorgel waar nog geluid uitkomt. De padre speelt een potpourri met vleugen Vivaldi en Stille Nacht. Prachtig.

basilicata-web-49

Tussen Grassano en Bernaldo valt er nog meer te zwijmelen. Er zijn kale witte bergen zoals Carlo Levi ze zag vanaf zijn terras, maar ook de puntige bergen van de Dolomiti Lucane en zelfs groene heuvels. “We rijden door een filmdecor”, gilt Katja. “Het is net nep.”
Precies als zij dat zegt, steekt een herder zijn hoofd boven een een grasbergje uit. Bon giorno! Ik stap af, klim naar hem toe, wijs wat op de schapen, en hij glimt. Bellissimo!
Een ander hoogtepunt is het dorp van Carlo Levi. Aliano. Levi is er 75 jaar na zijn verblijf nog altijd een held. “Natuulijk kennen we die”, zeggen een oude heer en dame bij de begraafplaats van Aliano bijna beledigd. “Weet u trouwens dat het bijna etenstijd is? Als u een uitstekend, maar dan ook echt picobello restaurant zoekt: vraag naar La Contadina Sessina.” We zijn niet de enige buitenlanders die naar het restaurant zijn gedirigeerd. Kenneth en Ann-Sofie, twee leuke Zweden, zitten ook in het restaurant. Er ligt een boek op tafel. “I fell in love with this man”, zegt Ann-Sofie. Ze bedoelt Carlo Levi.
Intussen wordt het eten op tafel gezet. Ongevraagd. “Je hebt geen keus”, fluistert Kenneth, “geef je maar over.” Kloink. Daar staat de karaf wijn. Kloink de fles water. En hier uw eten. We krijgen bitterballen van aardappel en kaas. Een schaaltje risotto. Meloen met rauwe ham. Gebakken aardappelblokjes met gerookte en geroosterde paprika (een uitvinding), en warm anijsbrood (geweldig). Genoeg om een week op te fietsen. Maar dat hadden we gedacht! Met een swing zet de ober de pasta op tafel, wat later gevolgd door de lamskoteletten met sla, een schaal fruit, de taart en de koffie.
Als we weggaan zien we pas het portret van de mevrouw en meneer die ons naar deze plek hebben gestuurd aan de muur: de ouders van de huidige eigenaren.

basilicata-web-42

Enigszins tollend staan we weer buiten. Fietsen? Alstublieft zeg. We gaan op zoek naar Carlo Levi’s huis. Dat is dicht, en de mevrouw met de sleutel is er pas weer om vier uur. Maar dan duiken de Zweden weer op. “Wij hebben de rondleiding al gehad, dus als jullie het geen bezwaar vinden om een authentiek Zweedse gids te krijgen…?”

Tuurlijk niet!

De rest van de dag laat zich raden. We schieten niet meer op. De weg van Aliano naar Tursi is lang, en gaat omhoog. Een man langs de weg bekijkt ons bewonderend (?) en roept ‘Forza, bella!’, ‘Hup, schoonheid!’. Het helpt. Nu nog wel. Even later, als we na de afdaling naar Tursi voor het hotel nog weer 4 km omhoog moeten, zitten we er bijna doorheen. Het is ook wel echt donker nu. Bovendien zwermt een auto hinderlijk om ons heen. Als hij eindelijk stopt en het raampje opendraait blijkt het de eigenaar van Het Palazzo dei poeti te zijn, het hotel waar we naar onderweg zijn. Hij blijft in de buurt tot we bij het paleis zijn, belooft hij.

 

Albino, papa en fratello

Aan het diner in het in deze tijd van het jaar uitgestorven hotel, wacht een verrassing. Een soort poetry slam, uitgevoerd door de broer van de begeleider. “Dit is het huis van onze beroemdste dichter Albino Pierro”, vertelt hij, “die in het Tursitaans dichtte en toch bijna de Nobelprijs won.  De dichtkunst is ook de hotelhouders zelf niet vreemd. De vader van de twee eigenaren dicht, en de zoon die nu voor ons staat ook. Hij heeft de bundels van papa, Albino Pierro en hemzelf onder zijn arm.
“Zal ik iets declameren?”
Graag. Met een stem van een operettezanger leest hij een gedicht. Toch jammer dat we geen Tursitaans verstaan. In de Rabatana, dat bestaat uit 1 hotel, 1 pizzeria en 50 mensen, kennen we na een dagje ongeveer iedereen. Nicola natuurlijk, Corrie en Enzo, de hotelbazen, mevrouw Jansson, de Zweedse die hier in haar eentje woont, Pasquale, die zich opwerpt als gids. En niet te vergeten Suor Celeste. Zij is de baas in de Santa Maria Maggiore, de kerk met het beroemde drieluik van een leerling van Giotto. Tenminste, dat hadden we gehoord van de grafdelver van Aliano. “Je moet ernaar vragen”, had die gezegd, “het triptiek hangt achter een gordijn.” Zuster Celeste zit te orgelen als we binnenkomen. Ze glimlacht als we vragen naar Il Trittico en leidt ons naar het heilige der heiligen. Ze knipt een lampje aan, trekt het gordijntje weg, en dan komt het drieluik te voorschijn. Veel kleiner dan we hadden gedacht, maar ook voor leken als wij behoorlijk indrukwekkend.

basilicata-web-2778

De volgende ochtend zien we Nicola nog één keer terug. Toevallig (?) komt hij langs als we nieuwe remblokjes op Katja’s fiets zetten. Nicola is perplex. “Hebben jullie geen auto?!?”, zegt hij. Mijn nieuwe vriend kijkt alsof we ten dode opgeschreven zijn. “We gaan zo weg, Nicola”, zeg ik. Dan klopt hij me op mijn arm, kijkt me diep in de ogen en geeft me twee dikke zoenen. Zwaaiend fietsen we weg. Onderweg naar Bernalda hebben we het over de overeenkomsten en de verschillen met toen, de tijd van Carlo Levi. De conclusie: de Basilicata is nog even mooi maar lang niet meer zo’n treurige streek als in de tijd van Carlo Levi. Niemand gaat meer dood aan de malaria – in de jaren vijftig was de laatste malariadode te betreuren – en er is geïnvesteerd in de economie.

Volgens de bewoners is dat voor een niet onaanzienlijk deel te danken aan Carlo Levi. “Zijn boek bracht een schok teweeg”, zegt gids Dora. Ze leidt ons door de sassi, de bewoonde grotten van Matera, het begin- en eindpunt van de tocht. “Vooral de passage over zijn zuster, waarin zij vertelt dat de kinderen van de sassi niet bedelden om geld of eten, maar om kinine, sloeg in als een bom.” Dora’s schoonmoeder heeft het nog meegemaakt. Zij woonde met familie en paard in een grot. “Maar nadat zij en iedereen hier weggehaald waren en elders een woning hadden gekregen, is ze nooit meer teruggekeerd. Ze vervloekt het! Ze is wel nieuwsgierig hoe het nu is, maar met geen stok krijg je haar er meer heen.” Ons wel. Sterker nog: er zijn al plannen om terug te gaan (Ja, Nicola!; ja, Biancchini!).

 

 

Dit verhaal is verschenen in Op Pad Outdoor magazine.

Meer foto’s van deze en andere routes in Zuid-Italië vind je hier.

 

Praktisch

GEMAAKTE TOCHTEN
dag 1: rondleiding sassi, de grottenwijk van Matera
dag 2: Matera – Grottole, 53km
dag 3: Grottole – Stigliano, 71km
dag 4: Stigliano – Tursi, 63km
dag 5: rustdag , rondwandeling Tursi en Rabatana
dag 6: Tursi – Bernalda 59 km
dag 7: Bernalda – Matera, 47km
ZWAARTE
Wij vonden de inspanningen niet helemaal eerlijk over de dagen verdeeld. De eerste dagen waren zwaarder (meer omhoog en langer) dan de laatste, die we kwalificeerden als ‘eitjes’. De Basilicata is geen gebied waar je moet gaan fietsen als je niet van klimmen houdt. De heuvels zijn niet heel hoog – de hoogste waar we overheen gingen was om en nabij 1000m hoog – maar het voortdurende klimmen en dalen is wel vermoeiend. Maar: omdat het zo mooi is en de wegen prettig stil en het klimmen op een enkele uitzondering na ook weer niet té lang duurt, is het ook weer leuk.

MOEILIJKHEIDSGRAAD
De wegen zijn goed, de hellingen (meestal) te overzien, het land en de mensen allemaal lief en gezellig. Echt moeilijk kun je deze tocht daarom niet noemen. Vooral niet als je met een kant-en-klare routebeschrijving op pad gaat, zoals wij. Dat het toch geen familie- of 65+ tocht is, komt door het klimwerk.

NAVIGEREN
Met routebeschrijving en kaarten is er geen kunst aan. Als je op eigen houtje gaat fietsen in de Basilicata kom je er ook wel: zo veel wegen zijn er niet.

IMPRESSIE VAN HET GEBIED
Je fietst door het arme zuiden van Italië, waar maar weinig mensen wonen en het in het binnenland dan ook altijd rustig is. Het toerisme is er nog niet in volle bloei. Fijn, ook al is dat niet te begrijpen. Het is namelijk prachtig! Zeer afwisselend, met dan weer kalksteenrotsen, dan weer Dolomietenachtige punten, dan weer groen, maar altijd mooie witte dorpen altijd op de toppen van de heuvels.

BESTE TIJD
Vroege zomer of begin herfst. Wij gingen in de laatste week van september. Het was toen een graad of 25, en afwisselend bewolkt en zonnig. Geregend heeft het alleen toen we aankwamen. Midden in de zomer moet je deze reis niet doen. Veel te heet.

ERNAARTOE
Een gelukje: sinds kort vliegt Ryan Air op Bari, 50 km. van het begin- en eindpunt van de tocht. Bij Ryan Air kochten wij tickets voor 20 euro. Bedenk wel dat je voor het vervoer van fietsen en bagage minimaal 110 euro kwijt bent. (retourtje fiets kost 80 euro, 1 stuk bagage buiten de handbagage 30 euro).Een alternatief voor het vliegtuig is de auto. Reken op 2 dagen rijden. De trein is geen doen.

OVERNACHTEN
In hotels en agriturismo’s.