Papegaaiduiken op Sark

with Geen reacties

Waar tractoren het enige gemotoriseerde vervoer zijn en de dokter dus per trekker komt.

Op Sark is alle gemotoriseerde verkeer verboden – op de tractor na. Zelfs de dokter berijdt er dus één. Andere opvallende zaken betreffende dit eilandje van 5,5 km2 en 450 inwoners: de levenskwaliteit is hoog, de inwoners zijn fit, er is weinig stress en er zijn dolfijnen en papegaaiduikers (!). Voor Sark val ik dus als een blok. Voor de beesten, maar ook voor het groen en de rust, voor La Coupée, de smalle verbinding tussen de twee delen van Sark – als het lint van een ritmische-gymnastieker slingert het over de graat – voor Beth Owen, met wie ik het eiland rond wandel, en voor schipper George.
“Hello Love!”, begroet de laatste me feestelijk terwijl hij me aan boord helpt van zijn Non Pareil, zijn bootje waarmee we rond het eiland gaan varen. Geen man die zoveel van het eiland weet als George. Als we wegvaren mist het als een gek. Geen levend wezen te bekennen. Toch is het dankzij George prachtig. Later, wanneer de eerste zonnestralen door de mist boren en de oeroude rotsblokken in een blauw, bovenaards licht zetten, groeit de hoop. “Wat denk je George, gaan we papegaaiduikers zien?” George lacht. “Dat denk ik niet, Love! Die zijn alweer gevlogen. Maar meeuwen hebben we wel! En zijn die niet beter? Ze zijn in elk geval groter. HAHAHA.”

Een complete reportage over de Kanaaleilanden vind je in het nummer van Reis&magazine dat nu in de winkel ligt

 

Beth Owen