Iedereen in de stad

with Geen reacties

Het voorbeeld van Brasilia

Meer dan vijftig procent van de wereldbevolking leeft in een stad. De groei zet door, stadsplanning is hoogst actueel. Hét stedenbouwkundige experiment van de afgelopen eeuw is Brasília, een stad als een strak uitgerolde utopie. Volgend jaar wordt de stad zestig en zou haar architect 111 zijn geworden. Andere steden – ook in Nederland – kijken altijd graag naar het Braziliaanse experiment.

De nieuwe Braziliaanse mens. Niets minder was het doel toen Jucelino Kubitschek de Oliviera in 1955 president werd van Brazilië, en besloot dat Brazilië onder zijn regering eindelijk een kersverse, moderne hoofdstad zou krijgen. Brazilië was tenslotte al sinds 1822 onafhankelijk, en al in 1823 was het eerste plan voor een Brasília gelanceerd. Hoogste tijd voor de uitvoering. ‘Wij zullen in het hart van ons land een machtig centrum bouwen dat leven en welvaart zal uitstralen’, sprak de president in zijn nieuwjaarsboodschap. Zijn nieuwe stad zou een symbool van Braziliës nationale moderniteit worden, het achterland ontwikkelen; en de bouw zou zorgen voor een economische impuls.

Stedebouwkundige Lúcio Costa en architect Oscar Niemeyer, samen verantwoordelijk voor het ontwerp van Brasília, waren net zulke idealisten als hun president. Ze namen Le Corbusiers ville radieuse (de stralende stad) als uitgangspunt, en gingen aan de slag. Dat uitgangspunt was een efficiënt georganiseerde stad van woonblokken in het groen, en met de stedelijke functies wonen, werken, verkeer en recreatie elk in een eigen deel van de stad. In Brasília werd het scheiden van functies strikter toegepast dan waar ook. De stadsplattegrond kreeg de vorm van een vliegtuig, het Plano Piloto, waarin alle schitterende door Niemeyer ontworpen overheidsgebouwen op de de monumentale, verticale as kwamen te staan, en de woningen op de horizontale, verdeeld over gelijkvormige grote vierkanten, de superquadra’s. Ook kwam er een ‘hoteldistrict’ en een ‘cultuurdistrict’, en liep dwars door de stad een groene kerf, zo’n vier voetbalvelden breed. De stad ging eruit zien als een futuristische grote stad uit de film. Maar dan echt.

Bouwvakkers verdrongen

Om zo’n stad daadwerkelijk te gaan bouwen, was optimisme nodig. Dat was er in Kubitscheks tijd volop, het land was net voor het eerst wereldkampioen voetbal geworden. Maar ook was er geld nodig – wat moeilijker was. Volgens hoogleraar Paul Meurs, gespecialiseerd in Braziliaanse architectuur en stedenbouw, liet Kubitschek daarom alles wijken voor de stad. “De president dacht dat de stad al zijn doelen in één keer zou realiseren. Dus Brasília ging altijd voor. Deels terecht, de stad werd een logo en hielp het land echt vooruit. Maar Kubitschek was ook naïef. Dat de gelijkvormigheid de ongelijkheid uit de wereld zou helpen, was een illusie.”
Volgens James Holston, auteur van The Modernist City – An Anthropological Critique of Brasilia, heeft de Braziliaanse overheid de ongelijkheid zelfs bevorderd. Onder meer doordat men vergat dat in een ambtenarenstad ook mensen werken die niets met het landsbestuur te maken hebben, zoals de 10.000 bouwvakkers die jaar in jaar uit aan de stad werkten. In het begin dansten die nog in dezelfde bars als de ontwerpers, maar ze moesten buiten de stad gaan wonen. De stad werd ‘een karikaturale versie van de stad die de ontwerpers hadden willen voorkomen.’
Brasília bleek daarbij onpraktisch, en is dat nog steeds. Alles ligt ver bij alles vandaan. Brasília is de enige stad ter wereld waar je met 100 km/uur doorheen kunt scheuren, maar die nergens op voetgangers is berekend. Dat zou dan ook het eerste zijn dat Paul Meurs zou veranderen, zou hij een advies voor de toekomst van de stad mogen schrijven. “De voetgangers zijn nu het slachtoffer. Je zou, met behoud van de monumentale kwaliteit, de scheiding van functies best minder rigide kunnen maken. Het idee ervan was de overlast te beperken, maar het is doorgeschoten. Ik zou, in samenspraak met de bevolking, proberen te zorgen voor meer menging, ook op sociaal gebied trouwens. Die discussie wordt nu niet gevoerd. Niemeyer en monumentenzorg maken een gesprek onmogelijk. Brasília is nog steeds een Costa-Niemeyer-project, waarvan de auteurs en hun ‘erfgenamen’ als enigen wat te zeggen hebben. Niemand durft zich er tegenaan te bemoeien, hoewel veel mensen zich negatief over het centrum uitlaten en ook Costa zelf zei dat de rigide functiescheiding helemaal niet de bedoeling was.”

Nederlandse jaren ’50 wijken

Is het monumentale Brasília daarmee mislukt? “De vraag is onzinnig”, zegt Meurs. “De stad ís er. Dat er twee miljoen mensen wonen, bewijst al dat Brasília niet mislukt is. De overheid heeft altijd extreem haar best gedaan voor de stad, ze kon zich in de ideale hoofdstad geen misstanden veroorloven. Brasília kent het geluk van de gelukte vinex-wijk.” Brasília lééft bovendien, vindt Meurs, ook al is zij sinds 1986 een Unesco-monument, en mag aan het geplande deel zo goed als niets veranderd worden. “Dan zie je dat het leven zich vanzelf verplaatst: in de buitenwijken woont driekwart van de inwoners en gebeurt van alles. De dynamiek vind je vooral daar. Toch leeft de geplande stad ook, je moet het leven daar alleen zien te vinden. Er zijn geen logische ontmoetingsplekken. In het hoteldistrict staan vijftig hotels bij elkaar, met allemaal hetzelfde uitzicht op diezelfde ansichtkaart, verder is er niets. Maar als je uitgaat met een Brasíliaan stuit je ineens op allerlei verborgen Leidsepleinen.”
De historische gelaagdheid van een levende stad is bovendien spannend. “De les van Brasília is dat de naoorlogse wijken niet onwerkbaar zijn, en dat de groene wijk – en dus ook de vele Nederlandse jarenvijftig-wijken, die volgens dezelfde principes zijn ontworpen – toekomst heeft. Ze hebben kwaliteiten die je elders in de stad niet aantreft, zoals het vele groen en de ruimte. Zowel de binnenstad, de vinexwijk, als de wederopbouwbuurt zou je moeten behouden.” Aan de laatste moet alleen wel het een en ander gebeuren. Twee miljoen woningen zijn er in Nederland na de oorlog gebouwd, en die zijn zo’n beetje opgebruikt. Het wordt een megaklus die te vervangen, en te bedenken hoe dat moet. Meurs: “De naoorlogse wijken zouden met respect voor de geschiedenis vernieuwd moeten worden, net zoals men dat met Brasília zou moeten doen. Zonder overigens het verleden te idealiseren. Monumentenzorg is níet het pleasen van bejaarden, maar zorgen dat de toekomst leuker wordt.” Dat kún je plannen, denkt Meurs, maar nooit helemaal. “Steden zijn maar ten dele maakbaar.”

Desondanks behoudt de 100% geplande stad zijn aantrekkingskracht. “Leiders bedenken graag een nationaal idee om een natie uit te vinden”, zegt Meurs. “En architecten laten het liefste allemaal iets Niemeyerachtigs na.” Inderdaad droomt Zuid-Korea van een nieuwe hoofdstad, Sejong Special Autonomous City, en vroeg Angola de architect toen hij al 100 was Niemeyer een nieuwe hoofdstad te bedenken, vier keer zo groot als Brasília. Dat is hem niet meer gelukt, ook al zou hij uiteindelijk bijna 105 worden.