Werelderfgoed!

with No Comments

Het UNESCO werelderfgoed van Nederland

In veel landen koesteren ze hun UNESCO werelderfgoed. Maar in Nederland weten veel mensen nauwelijks welke plekken, monumenten en gebieden tot de uitverkorene horen. Daarom schreef ik er een boek over. Om Schokland, het Wouda Gemaal, het Rietveld-Schröderhuis, de Beemster, de Wadden, Kinderdijk, de stelling van Amsterdam, de Amsterdamse grachtengordel, Willemstad (Curacao) en last but not least Mooie Nel van Rotterdam, lekker in het zonnetje te zetten. Uit enkele hoofdstukken lees je hier wat fragmenten. Het boek is uitverkocht. Maar wellicht komt er een nieuwe editie als er weer een werelderfgoed bijkomt. 

 

De Geniedijk bij Hoofddorp is onderdeel van de Stelling van Amsterdam

 

Het water

Als Nederland boven de zeespiegel had gelegen, had het een stuk minder Unesco-Werelderfgoederen gehad. Van de tien monumenten die UNESCO tussen 1995 en 2014 op zijn prestigieuze lijst toeliet, zijn er vijf die te maken hebben met de Nederlandse strijd tegen het water. In volgorde van binnenkomst zijn dat Schokland, de Stelling van Amsterdam, de molens van Kinderdijk, het Ir. B.F. Woudagemaal en droogmakerij de Beemster. Immense waterwerken, die door hun schaal en onverschrokkenheid ook bij de hedendaagse bezoeker nog altijd respect afdwingen. De Nederlandse regering weet kennelijk waarin haar land uniek is. Voordrachten voor de Unesco-lijst met ‘onvervangbaar en uniek Werelderfgoed, dat eigendom van de hele wereld’ is, worden in laatste instantie gedaan door de ministerraad. Die heeft besloten tot het voordragen binnen drie thema’s: de eerste (en belangrijkste) is de strijd tegen het water,

Schokland

Hulpdokter Martinus van Kleef zit op 4 februari 1825 met zijn ouders op zolder als de vloed komt. De schoorsteen valt om, vader en moeder Van Kleef zakken door een gat in de zoldervloer. De zoon probeert zijn ouders te redden, maar kan hen niet meer vastgrijpen. Op een deur drijft hij zelf het water in. Van Kleefs ouders komen om. De dokter zelf ‘werd bij de deur door eene golf opgenomen en tegen een nabijstaand huis geworpen, doch had het geluk,op eenen zolder te geraken, waarop zich reeds een groot aantal personen bevonden, en dus zijn leven te behouden.’
Het was een kwestie van geluk hebben. Wie in 1825 op Schokland woonde moest maar bidden dat hij de stormvloed overleefde. Rieten daken dreven in het water. Uit de katholieke kerk in Emmeloord sloegen de muren weg. Door het gat dreven eerst de stoelen de zee in, daarna zag de pastoor het altaar de kerk uit drijven – het moet een dramatisch gezicht geweest zijn. Gelukkig voor de pastoor bevond hij zich op het moment van de ramp niet in de kerk, maar in zijn eigen huis.De school en het Landsmagazijn (met materialen van Rijkswaterstaat) gingen ook de zee in. Nog erger was dat zesentwintig Emmeloordse huizen in hun geheel werden weggespoeld en dat de Stormvloed dertien Schokkerse levens eiste: één man, vier vrouwen en acht kinderen.
De stormvloed zou het einde van Schokland als bewoond eiland betekenen.

De Beemster

De rechte lijnen van de Beemster

De jonge prins van Toscane, Cosimo de Medici, is erdoor verpletterd. Sir William Temple, diplomaat, vindt het landschap van de Beemster het plezierigste zomerlandschap dat hij ooit is tegengekomen. Schrijver Aldous Huxley bewondert de geometrische schoonheid. Waarom zou Unesco de droogmakerij Beemster dan niet mooi vinden?
Nergens om. Unesco vindt de polder uit 1612 prachtig, omdát die zeventiende-eeuws is, één grote ode aan de rechte lijn is, en omdat die zo Hollands is. Hollands, in dit verband, betekent in gevecht met het water. Unesco bewondert de Nederlanders die in het verleden zo vernuftig waren om land te maken van water. ‘Van de 3,4 miljoen hectare die nu Nederland vormen ligt een derde onder zeeniveau,’ schrijft Unesco bewonderend. ‘Als er geen dijken zouden zijn en het overtollige water zou niet worden afgevoerd, zou 65 procent van het land onder water staan.’

De Stelling van Amsterdam

Fort Uitermeer

Het is 1917. De Eerste Wereldoorlog woedt. De Nederlandse militair attaché Ch. à Court schrijft aan de Britse chef van de Generale Staf veldmaarschalk W. Robertson: ‘… vermijdt vechten in de Lage Landen. (…) Men kan vechten in bergen en woestijnen, maar niemand kan in de modder vechten. En als het water tegen je wordt gebruikt, dan ben je, als het meevalt, beperkt tot smalle fronten op de hogere gronden, welke voor moderne wapens zeer ongeschikt zijn.’
Nederland is neutraal en wil dat graag zo houden. Daarom wordt alles in het werk gesteld om vriend en vijand te overtuigen zijn oorlog niet in Nederland te voeren. Vechten in het kikkerland is geen doen, is de boodschap. En als jullie toch komen, zetten we een cirkel rond Amsterdam onder water. Alle forten van de Stelling van Amsterdam worden daarom bemand. Ook al zijn ze nog niet allemaal af. Sinds 1874 is Nederland ermee bezig. Vooral in het begin gebeurt dat met een heilig geloof in het principe. De Stelling van Amsterdam, vinden de politici van de jaren zeventig van de negentiende eeuw, móet. Hij is goed voor het moreel, niet al te duur, en zonder iets te ondernemen is Nederland gedoemd tot de nederlaag, mocht er weer een oorlog uitbreken.
Toch zou de Stelling nooit in werking worden gesteld.

Kinderdijk

Kinderdijk

Het lag voor de hand. Wie, waar ook ter wereld, aan Nederland denkt, denkt aan molens. De molens van Kinderdijk moesten dus wel een erfgoed worden. Het molencomplex Kinderdijk-Elshout, zoals het gebied officieel heet, werd inderdaad uitverkoren. Het meest Hollandse onderdeel van Nederland – Hollandser dan klompen, kaas en tulpen (en wiet) – is sinds 1997 een Unesco-Werelderfgoed. De VN-organisatie roemt de molens als grootscheepse Nederlandse prestatie in de strijd tegen het water. De molens, een staaltje watermanagement van de bovenste plank, zijn hét symbool van de Nederlandse strijd tegen het water. Het mooie is ook dat in de Alblasserwaard zo goed te zien is hoe het droogmaken van een stuk land in zijn werk gaat. Alle onderdelen die met de technologie van het waterbeheer te maken hebben zijn er. Dijken, boezems, sluizen, gemalen, waterschapsgebouwen en natuurlijk die serie van negentien ‘prachtig bewaard gebleven windmolens’. Nergens ter wereld staan negentien molens zo dicht bij elkaar. Zelfs in Nederland niet.