Een ezel is een voorbeeldig mens

with Geen reacties

Ezels, zei Theun in een opwelling

Hij kan het niet vaak genoeg herhalen. Het motto van de M.E.T.i.a. (Multifunctionele Ezelvereniging Texel, in amore) is gewoon waar. Een ezel is een voorbeeldig mens. Niets meer en niets minder. En nee, die vereniging is helemáál niet grappig, benadrukt lid Rick, tevens barkeeper van In den grooten slock, het clubhuis annex stamcafé van de vereniging. “Wij zijn bloed-se-ri-eus.”

Geen Texelse ezel, maar een (binnenkort) hardwerkende Kirgizische soortgenoot

Dus het is maar dat u het weet. Met een ezelvereniging valt net zo min als met een ezel te spotten. Die ezelvereniging, staat in de statuten, is tenslotte een sociaal-culturele vereniging met drie doelstellingen. Zij luiden: het ondersteunen van de Ezelkudde op Texel en elders, het stimuleren van de Ezelkunst en –cultuur, en het uitdragen en in sociale vorm concretiseren van de Ezelgedachte. De Ezelgedachte is ook de naam van het officiële orgaan van de vereniging, en van de website (www.ezelgedachte.nl, een aanrader). De gedachte komt erop neer dat ‘de Ezel van nature alle karaktereigenschappen bezit waaraan wij, mensen, de hoogste waarde hechten, maar waarvan binnen het onderlinge menselijke verkeer helaas niet zoveel te merken is.’

V.O.F. De Kunst

Theun de Winter is eigenlijk dichter, liedjesschrijver en journalist. Hij maakte liedteksten voor onder andere V.O.F. de Kunst, Maggy MacNeal (Terug naar de kust), Boudewijn de Groot, Wolter Kroes, en Clouseau. Hij studeerde een blauwe maandag politicologie, en iets langer Nederlands. Ging bij de Haagse Post werken, en bivakkeerde jarenlang in Amsterdam. Hield ondertussen de band met Texel (en met zijn moeder) warm. Aangemoedigd door zijn huisbaas die de etage waar hij woonde wilde verkopen, besloot hij halverwege de jaren ’90 voorgoed op Texel te gaan wonen, het eiland van zijn jeugd, waar hij in 1944 in een reiswieg was aangekomen.
In de periode van zijn verhuizing raakte De Winter in gesprek met een handelaar in exotische katten. Theun leek het maar niks, die beestjes. “Wat zou jij dan willen?”, vroeg de handelaar. “Ezels”, zei Theun, in een opwelling. De volgende dag hing de handelaar aan de telefoon. Hij had twee Corsicaanse ezels te koop. En zo kreeg Theun Ivo en Frida, die toen natuurlijk nog geen Ivo en Frida heetten, al duurde dat niet lang. “Ik had eens een sint-nicolaasliedje geschreven over het jongetje Ivo, dat alleen de letter I zo karig vindt:

Omdat ik Ivo Kramer heet
Maakt een K mijn naam compleet
Eerst een I en dan een K
Dat ben IK, van chocola!

Ivo Kramer, werd dus de naam van de kleine zwarte ezel. In een flits bedacht ik ook de naam van de merrie. Mijn docente Neerlandistiek schoot me in gedachten, prof. dr. Frida Balk, hoewel Balk eigenlijk de naam van haar man was. De titels hield ik aan, en meteen bestempelde ik Ivo Kramer tot mr. in de rechten. Zo kon ik meteen het vooroordeel dat ezels dom zijn bestrijden. Ezels zijn slim. Ze willen alles zelf ontdekken, en je merkt dat ze begrijpen wat je bedoelt. Ze zijn altijd zichzelf. Ze lijken op katten, waar paarden net honden zijn. Nee, het is ondenkbaar dat ik in plaats van ezels ponies in huis zou hebben gehaald.”

O, die onderlippen!

De Winter had een stukje grond, zorgde voor een dak boven het hoofd van de ezels, en vroeg zich af hoe dit verder moest. “Ik had geen ervaring met ezels. Als kind was ik weliswaar dol op Iejoor uit Winnie de Pooh, reed ik rond op een autoped met een gefiguurzaagde ezel, en was ik zeer gecharmeerd van het spelletje Ezeltjeprik. Maar een levende ezel was iets anders. Laat staan twee, of eigenlijk tweeënhalf, want Frida was in verwachting. Niettemin ging ik op het voorstel van de handelaar in.”
Het was een opwelling, maar achteraf denkt De Winter dat het allemaal klopte. “Ezels hebben me altijd ontroerd, en toen Frida en Ivo kwamen deden ze dat ook. Alles is leuk aan een ezel. Ze hebben een hoge aaibaarheidsfactor – een term die bedacht is door Rudy Kousbroek voor katten, maar Rudy houdt ook van ezels – en hun verhoudingen kloppen zo perfect niet. Hun kop is te groot, ze hebben te dunne poten, en hun oren zijn véél te groot. Maar die zijn ook zó mooi. En dan die amandelvormige ogen, die wimpers met die kleur eronder, die neusvleugels, en o, die zachte onderlippen!”
Na een half jaar kreeg Frida Balk een dochter, Steffi (intussen doctor in de bestuurskunde). Een evangelistenechtpaar klopte aan: ezel over. Zo kwam ir. Chris Heertje bij de club. Weer later kregen Frida en Ivo samen een dochter: Lulu (inmiddels dra. Lulu Kramer, gedragspsychologe).
Vijf ezels laat je niet zomaar alleen.  Wat moet je als je ziek wordt? Op een dag sprak Theun daarover met een vriend. “Eigenlijk zou je een vereniging moeten hebben”, zei de vriend, “die voor de ezels zorgt als jij er niet bent.” Zo werd de Multifunctionele Ezelvereniging Texel opgericht. “Multifunctioneel betekent dat ieder lid een functie heeft. Er zijn nu zo’n zevenhonderd leden, allemaal hebben ze een ezelpas met de functie erop. In het begin werden mensen lid vanwege die ezelpas. Het werd een hype.” Later kwamen de leden ook wel vanwege de culturele activiteiten die de vereniging ontplooide, zoals het jaarlijkse ezelfeest met optredens van grote artiesten. En vanwege het aardige karakter van de vereniging: alle opbrengsten gaan naar goede doelen. “Als een marketingbureau dit had bedacht, was het een wereldvondst. Maar het is allemaal toevallig ontstaan.”

Collega op Sardinië
En de oom (of tante) van het veulen bovenaan

Ereleden

De vereniging heeft intussen zeven ereleden. Chris Heertje en Steffi kregen Suzanne, Ivo en Frida Brigitte. En uit Noord-Holland kwam Oscar, die eenzaam was. “Zeven is mooi. De heren zijn geholpen. Het moet maar zo blijven.” Het is bijna donker. We moeten weg uit het verenigingshonk. Naar de ereleden. Theun pikt thuis een oud brood op – je komt niet met lege handen op bezoek bij een erelid -, en vertelt onderweg over de karakters van zijn zeven zachtlippige vrienden. “Ivo is bescheiden, verlegen bijna. Met hem heb ik vanaf het eerste begin een speciale band. Frida, die helaas is overleden, was aanvankelijk wat moeilijker. Ze draaide ze haar kop weg. Ze was soms schrikachtig. En als ze een kar zag, ging ze er automatisch voor staan. Je weet niet wat zo’n beest allemaal heeft meegemaakt. Uiteindelijk ontstond er tussen ons een groot vertrouwen. Toen Frida Lulu had gekregen tilde ik het veulentje op. Dat liet ze toe! Ik droeg Lulu naar de stal. Frida wandelde er rustig naast.”Het allerleukste van de ezel, vertelt Theun terwijl hij Ivo aait, Suzanne toespreekt, en het brood eerlijk verdeelt, is zijn bescheidenheid. “Dat getuigt van grote wijsheid. Dat Apuleius voor zijn boek De gouden ezel, waarin een man verandert in een ezel, een ezel koos, is logisch. Het enige dier dat geloofwaardig met de hersens van een mens kan rondlopen, is de ezel. Niet voor niets is de ezel duizend jaar eerder gedomesticeerd dan het paard. Ezels sjouwden al met stenen toen de piramides werden gebouwd. Verder is hun aardigheid onbetwist, net als hun verdraagzaamheid, eerlijkheid, geduld, trouw, aandachtigheid, ruimdenkendheid, gevoeligheid, en hulpvaardigheid. Ezels zijn eigenzinnig, schrander, alert, onderzoekend en hebben een ijzersterk geheugen.” En het zijn echte kuddedieren. “Als je er een of twee voor een dagje meeneemt, zijn ze allemaal van slag. Ze zijn ook weleens ontsnapt. Bleven ze ook gewoon bij elkaar.”

Amsterdam

In gedachten is Theun altijd bij zijn ezels. Kan ook niet anders. Ze vragen veel zorg. Het dagelijkse pak hooi moet gebracht. Het oude brood moet worden opgehaald bij de bakker. De stal moet schoongemaakt. Of het land uitgemest. De Ezelgedachte moet worden bijgehouden. “Met het laatste ben ik onevenredig veel tijd kwijt. Allemaal mijn eigen schuld natuurlijk, en ook niet heel erg want het is leuk. Maar eigenlijk zou ik wel een boek willen schrijven, De lotgevallen van Ivo Kramer. En wat mooie liedjes voor Boudewijn de Groot. Wij zijn van hetzelfde soort, en denken hetzelfde, dus dat is goed. Maar ik stel het altijd uit.” Theun de Winter klaagt niet. “Je krijgt er veel voor terug. De liefde van de ezels. En gezondheid en zielenrust. Het is wetenschappelijk bewezen dat ezels aaien ontspannend werkt. En als je voor zeven ezels te zorgen hebt, ben je vaak buiten, krijg je je broodnodige beweging, en blijf je gezond. Ik zou de ezels nóóit willen missen. Het enige wat me zorgen baart, is of ik het lang genoeg volhoud om voor ze te zorgen. Als je niet meer kunt lopen, is het over. Een ezel wordt een jaar of dertig. De jongste is nu vijf. Over vijfentwintig jaar ben ik vierentachtig.”
De Winter: “Soms mis ik Amsterdam weleens. Ik zou daar vaker willen zijn. Met mijn oude vrienden in de kroeg zitten. Andere dingen mis ik helemaal niet. Ik ben al tien jaar niet op vakantie geweest. Niet eens omdat er dan iemand anders voor de ezels moet zorgen: dat komt wel in orde. Maar ik ben bang dat ik ze na een dag al vreselijk zou missen. Dat ik de hele dag zou denken: o hemel, het zou toch wel goed gaan met Ivo, met Steffi, met Oscar, met Lulu, met Suzanne, met Chris Heertje, en met Brigitte?”