Utterly British indeed!

with Geen reacties

Pendle witches en ‘Just Plain Nelly’

Twee rondes, één graafschap. De Lancashire Cycleway North & South leiden je door de Bowland Hills, West Pennine Moors en de kust bij Silverdale. Allemaal waanzinnig mooi, en uitermate, utterly uitermate Brits.

Cats & dogs

Klagen mag niet. We hebben er tenslotte zelf om gevraagd. Wie een ‘utterly British indeed’ (UBI) fietstocht wil maken, kan moeilijk vallen over wat cats and dogs. Toch zijn we verbaasd. De eerste dag scheen de zon nog alsof die er nooit mee op wilde houden. Maar intussen is het dag 4 en weten Lies en ik beter. “Houden jullie het een beetje vol, fietsen in Lancashire?”, vraagt Sue, de uitbaatster van Tearoom nr. 11 in Worsthorne. “Ach”, zeggen wij, “het is alleszins aangenaam. Een héél klein beetje regen, maar ongelooflijk mooie landschappen, en die Engelsen charmeren ons ook telkens weer.”

“EEN HEEL KLEIN BEETJE regen?!!”, krijt Sue door haar tearoom. “Dit zou de zomer moeten zijn! It’s bucketing down!”

De katten en honden hebben we dus in de pocket – hoewel we best vaak de zon zien, echt waar. Ook met het verzamelen van andere utterly British zaken gaat het voorspoedig. Het ene na het andere UBI-puntje vinken we af. Het landschap op de Lancashire Cycleway, schrijft Jon Sparks in de Lancashire Cycleway routegids, is ‘quintessentially English’. ‘Glooiende heuvels in een patchwork van velden, bossen en hagen.’ Klopt als een bus. Check! Vinkje voor het landschap! Natuurlijk, voegt hij eraan toe, heeft de regio een industriële erfenis. Maar, roepen wij als we dit lezen, ook dat is Engels tot op het bot. Waar anders begon de Industriële Revolutie? Precies! Hier in Lancashire ontstond de katoenindustrie. Rond 1830 werd 85% van alle katoen ter wereld gemaakt in Lancashire. Check!

 

Utterly British Indeed – checklist!

Regent het?

Doen ze aan charity?

Eten ze vieze dingen?

Zijn de landschappen lieflijk?

Zijn er cottages met wildebloemen-tuinen?

Sporen van de industriële revolutie?

Vertellen ze spookverhalen?

Zijn er klassenverschillen?

Huizen als in Coronation Street?

Tearooms?

Echte ouderwetse pubs?

 

Zeg maar Nelly!

Twee delen heeft de Lancashire fietsroute. Een noordelijke en een zuidelijke lus. Ze zijn ongeveer even lang, zo’n 205 km in het noorden (zonder het alternatief over Arnside), en zo’n 222 km voor de zuidelijke. Andere verschillen zijn er wél. De zuidelijke is drukker. Er zijn meer arme steden dan in het noorden waar je vooral wonderschone dorpen en kleine stadjes tegenkomt. Het noorden is meer poshy, het zuiden gewoon arm (klassenverschil: check!). Wij beginnen met de mooiste helft, omdat dat zo uitkomt vanaf station Preston. De eerste oh’s en ah’s zijn voor de Ribble Valley. Groene heuvels met schapen, een felbauwe rivier. In Ribchester stoppen we. Volgens Jon Sparks zaten de Romeinen hier en zijn de vier pilaren van de pub Romeinse zuilen. Achter de kerk liggen inderdaad de karige resten van een Romeins badhuis. Maar opwindender vinden we de mensen aan de andere kant van de kerk. Ze komen hiernaartoe komen om te wandelen of naar de rivier te kijken. Op een bankje zitten Margaret en Nelly – “Just plain Nelly”. Ze zijn al twintig jaar vriendinnen en ze zijn geweldig. Enthousiast over onze fietsen, enthousiast over wat we doen. “Wij wandelden vroeger veel, en gingen ook wel fietsen”, zegt Margaret. “De Ribble Valley is een van onze favorieten plekken in Engeland. Nu Nelly niet meer lopen kan, maken we er toertjes in de auto.” Lief! Vinkje voor de Engelse schattigheid!

Woeste natuur

De eerste dag eindigt in Downham, een beauty van een dorp vol cottages – ook al uiterst Brits (ja, wat denkt u? Vinkje!) Bij elke bloementuin worden we verliefder op het dorp. Het vleit zich tegen de flanken van Pendle Hill. Een brood van een heuvel waar in roeriger tijden heksen heersten. Elke Engelsman kent de verhalen over Pendle witches. In 1612 werden ze veroordeeld. Onderweg horen we verhalen over de geschiedenis en horrorstories. In The Redwell Inn bijvoorbeeld het verhaal van Jack en Bess, twee jonge geliefden die geen geliefden mochten zijn. Ze stierven en leefden voort als geesten. In Grange Fell B&B in Earby, op de zuidelijke lus en letterlijk op de grens van Lancashire en Yorkshire, vertelt Eigenares Tracey Hollowood over de Wars of the Roses: “Ons huis staat in Lancashire, maar is gebouwd in Yorkshire. In 1974 was er een grenscorrectie. Voor sommigen is het nog elke dag pijnlijk. Er is een vrouw in het dorp die de rode roos van Lancashire telkens overschildert met wit – de witte roos van Yorkshire.” Hoe oer-Brits wil je het hebben? Vinkje voor de verhalen.

Vooral het noordelijk deel van de Lancashire Cycleway is ongelooflijk stil en prachtig. Een en al landelijkheid afgewisseld met verpletterende natuur. De natuurtop 3: Pendle Hill, Bowland Fells, Arnside-Silverdale, een alternatief voor de gewone route over een landpunt naast de rivier Kent-delta (doen!). Hier loopt de route gelijk op met de nieuwe fietsroute nr. 700, de family friendly Bay Cycleway (130 km, geopend in 2015). Behalve mooi, is het lusje ook goed voor de inwendige mens. In Arnside zit een tea room, Posh Sardine – kaksardine -, een anagram van Arnside Shop. Een echt Engels woordgrapje dus (vinkje!). Buiten de stad, kom je bovendien langs Wolfhouse, een supersmuladres (lunchtip!). De tearoom is tegelijk een gezellige winkel. Een van de klanten weet alles van de omgeving. “Het getij in de baai is levensgevaarlijk. Woeste natuur! Vorig jaar stierven er 22 Chinezen die op kokkels en mosselen visten.”

Een van de felste hellingen (14%) beklimmen we op dag 2. Het topje ligt middenin een van de stukken verpletterende natuur. De Bowland Hills. Zelfs in de stromende regen is het er fabelhaft. Door een groene kom klim je gestaag naar Cross O’Greet op Ward’s Stone, de hoogste top. Het gebied wordt wel omschreven als Engels Zwitserland, maar dan zonder toeristen – en een tikje minder hoog. “Mooi hè”, zegt Chris, een verdwaalde Land’s end–John O’Groatsfietser van 68 die plotseling naast ons materialiseert. “Een béétje jammer van die regen”, zeggen wij. “Maar schitterend, schitterend, schitterend.” “In Nederland regent het toch ook?”, zegt Chris. Lies antwoordt dat Nederland een subtropisch klimaat heeft. Om Chris’ mond krult een lachje: “Ga terug naar je eigen land dan.”

In George & Dragon, een mooie, traditionele pub (UBI!) in het gehucht Wray – vooral bekend om zijn vogelverschrikkersfestival – roken we de vredespijp tussen Engeland en Nederland. “Eten maken lukt niet, loves”, zegt de barman. “We hebben een party.” Het geeft niet. We hebben nog wat eten over van de Riverbank tearoom in Slaidburn. Een bijzondere tearoom die toch niet ongewoon is. Overal kom je ze tegen. Tearooms horen bij het Engelse landschap en zijn onmisbaar voor de Engelsen. En onveranderlijk. Net als honderd jaar geleden worden er handwerkjes verkocht voor het goede doel, en is alles wat je er eet home made. Dubbel UBI-vinkje!

 

Himalaya

Er wordt in Engeland meer gefietst dan een jaar of tien geleden. Vooral racefietsers komen we tegen. “Het Froome-effect!”, zei Chris al en daar lijkt het inderdaad op. Hulde! Want echt plat is het niet in hilly Lancashire. En wat erger is: de Engelsen kennen het principe van de haarspeldbocht niet. Alle wegen gaan recht op het doel af. De percentages vallen nog mee, soms 12, soms 17, soms heel even 23%. Maar het is alsof je een alpencol bestijgt. “Sterker nog”, zegt Lies na een dag heuveltje op heuveltje af, “dit voelt alsof je de halve Himalaya achter de kiezen hebt.” “De hele als je al die meters achter elkaar zet”, zeg ik.
We overdrijven natuurlijk. Maar ook dat is een beetje Engels.

 

Praktische informatie

Een schat aan praktische informatie, waaronder tips voor tearooms, vind je op oppad.nl.